EEN NON-U-MENTALE GESCHIEDENIS VAN HET M HKA – Deel 3: Klassiek terugspoelen
Event
M HKA, Antwerp
22 January 2022 - 23 April 2022
Naar aanleiding van vijftig jaar avant-garde in Antwerpen worden in een reeks tentoonstellingen verschillende aspecten van het Internationaal Cultureel Centrum (ICC) belicht1. Het derde deel van dit programma is gewijd aan video. Het ICC is begin jaren 1970 een van de eerste plekken in België met een video- en filmwerking. In 1974 richt Flor Bex er bovendien de eerste Belgische videostudio voor kunstenaars op: Continental Video2. Naast presentatie en productie biedt het ICC ook een platform om na te denken en te praten over video in de beeldende kunsten3.
Deze presentatie bestaat uit het uiteenlopende werk van vijf pioniers (Lili Dujourie, Dan Graham, Lea Lublin, Ludo Mich, Marie-Jo Lafontaine) en toont het plezier en de prille ontdekkingen van het nieuwe medium tijdens de jaren 1970.
In Hommage à …I uit 1972, een van de eerste videowerken van Lili Dujourie, zien we een naakte vrouw woelen in en uit een bed. Het klassieke naakt wordt hier vertolkt door de kunstenares zelf en de poses verwijzen naar gekende werken uit de kunstgeschiedenis. De camera is statisch, er is geen montage noch geluid. Naarmate de video vordert, krijgen de zwart-wit beelden een sculpturale kwaliteit.
Dan Graham toetst het begrip tijd video-technisch aan de psychologie van de waarneming. Het tweeluik Two Rooms Reverse Video Delay is een ontwerpschets voor een installatie gelijkaardig aan de interactieve installatie die tentoongesteld werd in het ICC in 1974, waarbij de toeschouwers zichzelf en een vroegere versie van zichzelf konden waarnemen door middel van monitors en spiegels. In zijn vroege installaties maakt Dan Graham vaak gebruik van een closed-circuit video systeem. Hierbij wordt het signaal van de monitor per draad doorgegeven aan een beperkt aantal ontvangers.
Vanuit socio-politieke hoek, gelinkt aan conceptuele tendensen in de kunst, ontstaat een ander gebruik van het medium video, waarbij de nadruk wordt gelegd op de creatie, eerder dan op de materiële resultaten. In deze context biedt video de mogelijkheid om creatieve processen of performances te registreren. Naar aanleiding van haar solotentoonstelling in 1975 in het ICC trekt Lea Lublin met een camera de straat op om op journalistiek-documentaire wijze mensen vragen te stelen over kunst.
De jaren 1970 worden gekenmerkt door een democratiseringsgolf die kunstenaars de kans biedt te reageren tegen de elitaire aard van galeries en musea. Video lijkt het gepaste medium, mede door zijn directheid, maar door een tekort aan financiële en materiële middelen worden er niet veel projecten gerealiseerd. In de winter van 1975 kan Ludo Mich toch zijn langspeelfilm Lysistrata opnemen in de kelders van het ICC. Kosten worden bespaard door de acteurs, leden uit de Antwerpse kunstwereld, naakt te laten acteren.
De beeldmonitor wordt ook op sculpturale wijze gebruikt. La Batteuse de Palplanches, een werk uit 1979 van Marie-Jo Lafontaine, is een relatief eenvoudige opstelling waarin horizontaal en verticaal geplaatste monitors dezelfde video afspelen. De video toont repetitieve beelden van een heimachine die een paalwand in de grond drijft.
Bij argos, het Brusselse centrum voor audiovisuele kunsten, wordt de video- en filmwerking van het ICC dit najaar in een bredere kunsthistorische en maatschappelijke context geplaatst. Het meerjarig onderzoeksproject, The 1970s, brengt voor de eerste keer de unieke film- en videopioniers van België in kaart. Het verhaal van Antwerpen en Luik als de broeihaarden voor de audiovisuele productie van de jaren 1970 wordt er aangevuld met de presentatie van een aantal onderbelichte lokale en internationale exposities uit die periode. De ambitieuze ontsluiting van de onderzoeksresultaten – er worden, naast een tentoonstelling en een publicatie, ook lezingen en vertoningen geprogrammeerd – verkent ook de materiaal-technische kant en de bepalende omstandigheden waarin deze werken initieel getoond werden.
Meer informatie: argosarts.org/nl/onderzoek
1 Het ICC, opgericht in 1969 en gesloten in 1998, was de eerste instelling voor hedendaagse kunst in Vlaanderen, gehuisvest in het statige Koninklijk Paleis in het centrum van Antwerpen. In een periode waarin traditionele musea niet beantwoordden aan de noden van de hedendaagse kunst, bood het ICC in de jaren 1970 en 1980 een platform voor de productie en presentatie van uiteenlopende disciplines en cross-overs tussen verschillende kunstvormen. De programmering richtte zich op hedendaagse lokale en internationale kunstenaars, waarbij veel installatie- en conceptkunstenaars hun weg naar het ICC vonden.
2 De naam refereert naar de Eerste Continentale Film- en Videotoer uit 1973 die op initiatief van de Artworker Foundation (met in de eerste plaats Hugo Heyrman) door Nederland en België had gereisd.
3 Een van de belangrijkste debatten dat in die context heeft plaatsgevonden, over video als artistiek medium, werd georganiseerd tijdens het 5th International Encounter on Video in 1976.
Eerste presentatie: EEN NON-U-MENTALE GESCHIEDENIS VAN HET M HKA – Deel 1: Stichting Gordon Matta-Clark
Tweede presentatie: EEN NON-U-MENTALE GESCHIEDENIS VAN HET M HKA – Deel 2: Wat gehoord moet worden
Items View all
Media View all

Lea Lublin tijdens de voorbereiding van Lea Lublin – Parcours 1965-1975, winter van 1975 in het ICC.